
Wendy van der Ende
Als kraamverzorgende ben ik in veel gezinnen geweest, daar mag je ouders helpen bij het opstarten van een nieuw klein leventje.
En dan word je, als 36-jarige, ineens geconfronteerd met kanker.
Ik weet het nog precies: Het was op vakantie in Frankrijk…. voor de spiegel zag ik dat in mijn rechterborst een deuk zat. “Hè? Ik?… Dat kan toch niet met m’n 3 jaar borstvoeding geven?
Eerst probeer je jezelf wijs te maken: “Het zal wel een borstontsteking zijn…”, maar eigenlijk weet je het al: …dit is fout!”.
En dan word je, als 36-jarige, ineens geconfronteerd met kanker.
Ik weet het nog precies: Het was op vakantie in Frankrijk…. voor de spiegel zag ik dat in mijn rechterborst een deuk zat. “Hè? Ik?… Dat kan toch niet met m’n 3 jaar borstvoeding geven?
Eerst probeer je jezelf wijs te maken: “Het zal wel een borstontsteking zijn…”, maar eigenlijk weet je het al: …dit is fout!”.
2 augustus:
Direct naar de huisarts en daarna door naar het ziekenhuis. Voor je het weet, zit je in een sneltrein. Iedereen lijkt zich in het ziekenhuis zorgen te maken. En dit is ook terecht. Borstkanker!
Ik wilde maar 1 ding, zo snel mogelijk die tumor er uit. Het zou een borstbesparende operatie gaan worden. Raar genoeg moest ik daar 2 heel lange weken op wachten voor die operatie plaatsvond. Een ééuwigheid in mijn gevoel. Dat ding moest er gewoon uit en wel nú!
Tijdens die operatie bleek dat ook mijn schildwachtklieren waren aangetast.
Er moest een nieuwe operatie gepland worden. Wéér vier weken van onzekerheid voor je op de operatietafel ligt om “die tiet”er af te halen.
Maakte me niet uit, dan maar met 1 borst verder, als ik maar mag blijven leven!
CT-scans en echo’s volgen met als uitslag: Borstkanker met uitzaaiingen in longen, lever en botten, genezen kunnen we het niet, remmen gaan we proberen.
Dit is iets wat je a-b-s-o-l-u-u-t niet wil horen.
Duizenden vragen gaan door je hoofd: “Ga ik dood? Mijn kinderen (7, 5 en 2), zijn nog zo jong, hoe moet dat ze? En John, mijn topvent en geweldige papa, die kan ik toch niet achterlaten?”
Maar ook vragen als: “Ga ik beter worden, hoe kom ik de kuren door? Kan ik het aan? Word ik ziek en kaal?
Er is geen vraag die ik mezelf níet gesteld heb.
Er volgt een tijd van chemokuren en elke dag vieze pillen slikken, waar ik én kaal én chagerijnig van werd én lichamelijke ongemakken van kreeg. Bovendien bleef de soms zo erge pijn in mijn lijf. En dan nog wist ik niet of het met al die chemische troep in mijn lijf zou redden. Elke 3 weken kreeg ik 2 chemo’s, 30 weken lang.
Gelukkig heb ik een goede oncoloog, lieve familie en supervrienden om me heen, die me in de meest onzekere tijden er doorheen trekken.
Soms baalde ik van al die aandacht, wanneer men weer eens aan mij vroeg in de Plus of op een feestje hoe het met me ging. Ook wilde ik op het schoolplein “gewoon moeder” kunnen zijn in plaats van “de patiënt”.
Dan dacht ik: “Laat me toch…” Ik ben daar in de loop van de tijd wel harder in geworden en durf nu een grens te trekken.
Ik heb in maart mijn laatste serie kuren gehad. Nu alleen nog 1 keer in de 3 weken een chemokuur. De CT-scan liet zien dat de tumoren in longen weg zijn, die in de lever zijn kleiner geworden en de bottumoren zijn stabiel.
Eindelijk kan ik voorzichtig, met mijn gezin, weer een beetje plannen voor de toekomst maken en “beginnen aan een nieuwe periode in mijn leven”, de kanker mag me niet kapot krijgen.
I fight, we fight!
Direct naar de huisarts en daarna door naar het ziekenhuis. Voor je het weet, zit je in een sneltrein. Iedereen lijkt zich in het ziekenhuis zorgen te maken. En dit is ook terecht. Borstkanker!
Ik wilde maar 1 ding, zo snel mogelijk die tumor er uit. Het zou een borstbesparende operatie gaan worden. Raar genoeg moest ik daar 2 heel lange weken op wachten voor die operatie plaatsvond. Een ééuwigheid in mijn gevoel. Dat ding moest er gewoon uit en wel nú!
Tijdens die operatie bleek dat ook mijn schildwachtklieren waren aangetast.
Er moest een nieuwe operatie gepland worden. Wéér vier weken van onzekerheid voor je op de operatietafel ligt om “die tiet”er af te halen.
Maakte me niet uit, dan maar met 1 borst verder, als ik maar mag blijven leven!
CT-scans en echo’s volgen met als uitslag: Borstkanker met uitzaaiingen in longen, lever en botten, genezen kunnen we het niet, remmen gaan we proberen.
Dit is iets wat je a-b-s-o-l-u-u-t niet wil horen.
Duizenden vragen gaan door je hoofd: “Ga ik dood? Mijn kinderen (7, 5 en 2), zijn nog zo jong, hoe moet dat ze? En John, mijn topvent en geweldige papa, die kan ik toch niet achterlaten?”
Maar ook vragen als: “Ga ik beter worden, hoe kom ik de kuren door? Kan ik het aan? Word ik ziek en kaal?
Er is geen vraag die ik mezelf níet gesteld heb.
Er volgt een tijd van chemokuren en elke dag vieze pillen slikken, waar ik én kaal én chagerijnig van werd én lichamelijke ongemakken van kreeg. Bovendien bleef de soms zo erge pijn in mijn lijf. En dan nog wist ik niet of het met al die chemische troep in mijn lijf zou redden. Elke 3 weken kreeg ik 2 chemo’s, 30 weken lang.
Gelukkig heb ik een goede oncoloog, lieve familie en supervrienden om me heen, die me in de meest onzekere tijden er doorheen trekken.
Soms baalde ik van al die aandacht, wanneer men weer eens aan mij vroeg in de Plus of op een feestje hoe het met me ging. Ook wilde ik op het schoolplein “gewoon moeder” kunnen zijn in plaats van “de patiënt”.
Dan dacht ik: “Laat me toch…” Ik ben daar in de loop van de tijd wel harder in geworden en durf nu een grens te trekken.
Ik heb in maart mijn laatste serie kuren gehad. Nu alleen nog 1 keer in de 3 weken een chemokuur. De CT-scan liet zien dat de tumoren in longen weg zijn, die in de lever zijn kleiner geworden en de bottumoren zijn stabiel.
Eindelijk kan ik voorzichtig, met mijn gezin, weer een beetje plannen voor de toekomst maken en “beginnen aan een nieuwe periode in mijn leven”, de kanker mag me niet kapot krijgen.
I fight, we fight!